Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Hof: handgeschreven)”
- - Voorgeschreven medicijnen € 533 +€ 811
- - Huisapotheek € 23
- - verhoging van 113% x € 1.357
€ 200
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2008, waarin de inspecteur de aftrek van buitengewone uitgaven en scholingskosten had beperkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de opgevoerde uitgaven niet voldeden aan de wettelijke criteria voor aftrek. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het Hof stelde vast dat de bewijslast voor aftrekbaarheid bij belanghebbende ligt en bevestigde dat aftrek voor zowel arbeidsongeschiktheid als chronische ziekte niet gelijktijdig mogelijk is. De door belanghebbende opgevoerde medische re-integratiekosten en scholingsuitgaven konden niet als aftrekbare kosten worden aangemerkt, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat sprake was van een opleiding of studie in de zin van de wet.
Daarnaast oordeelde het Hof dat de aanspraak op heffingskortingen uit voorgaande jaren niet via deze procedure kan worden herzien. Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.