Uitspraak
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
.Verweerder heeft eiser op grond van die waarde aangeslagen voor de OZB als eigenaar van de woning.”
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en verzocht om gehoord te worden. De heffingsambtenaar stelde een hoorzitting vast, maar belanghebbende kon niet verschijnen en er werd geen nieuwe afspraak gemaakt. De rechtbank oordeelde dat de termijn voor de hoorzitting voldoende was en dat de heffingsambtenaar niet in strijd met de Awb had gehandeld.
Het Hof stelt echter dat het aan de heffingsambtenaar is om belanghebbende op diens verzoek schriftelijk of anderszins op controleerbare wijze een termijn te stellen om een afspraak te maken, met de waarschuwing dat het niet gebruiken van die termijn kan leiden tot uitspraak zonder hoorzitting. Dit is niet gebeurd, waardoor de hoorplicht niet correct is nageleefd.
Het Hof vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar en wijst de zaak terug aan de heffingsambtenaar om belanghebbende alsnog te horen voordat een nieuwe uitspraak wordt gedaan. Tevens veroordeelt het Hof de heffingsambtenaar in de proceskosten van € 2.211,14 en in de griffierechten van € 156.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar en rechtbank worden vernietigd, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde hoorzitting en uitspraak.