Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- de vrouw;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1999 gehuwd en hebben twee kinderen die gezamenlijk onder hun gezag vallen. Na ontbinding van het huwelijk is bepaald dat de kinderen bij de moeder zouden wonen en de vader omgangsrecht zou hebben. De moeder heeft de kinderen in 2008 zonder toestemming meegenomen naar België, waar zij sindsdien verblijven. Belgische rechtbanken hebben bij verstek en verzet vonnissen gewezen tot onmiddellijke terugkeer van de kinderen naar Nederland, maar de moeder heeft hieraan geen gevolg gegeven.
De vader heeft geweigerd zijn toestemming te verlenen voor het verblijf van de kinderen in België. De moeder verzocht daarom bij de Nederlandse rechter vervangende toestemming. De rechtbank en het gerechtshof ’s-Gravenhage wezen dit verzoek af, mede vanwege het niet naleven van de teruggeleidingsvonnissen. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en verwees de zaak terug voor een belangenafweging.
Het hof overweegt dat hoewel het handelen van de moeder strijdig is met het Haags Kinderontvoeringsverdrag en de Belgische vonnissen, dit de kinderen niet mag schaden. De kinderen zijn sinds 2008 in België, hebben daar hun sociale leven en school, en willen blijven. Het contact met de vader is al lange tijd verbroken en het belang van de kinderen bij continuïteit en rust weegt zwaarder dan het belang van de vader. Daarom verleent het hof alsnog toestemming voor het verblijf van de kinderen bij de moeder in België.
Uitkomst: Het hof verleent de moeder alsnog toestemming om met de kinderen in België te blijven wonen.