ECLI:NL:GHAMS:2014:2454
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- D.J. de Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardebepaling WOZ-waarden woningen met toepassing 60%-regel
Het geschil betreft de vaststelling van de WOZ-waarden van woningen van belanghebbende voor het belastingjaar 2010. De heffingsambtenaar had de waarden vastgesteld volgens de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen als basis werden genomen. Belanghebbende betwistte de waardering en stelde dat de waarden te hoog zijn vastgesteld, mede omdat onvoldoende rekening zou zijn gehouden met de mindere staat van onderhoud en het voorzieningenniveau van zijn woningen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende inzicht had gegeven in de waardering van bepaalde woningen en paste de 60%-regel toe, waarbij investeringen voor verbetering slechts voor 60% in de waarde terugkomen. De rechtbank stelde voor enkele woningen lagere WOZ-waarden vast dan de heffingsambtenaar had gedaan.
In hoger beroep heeft het Hof het oordeel van de rechtbank grotendeels bevestigd. Het Hof achtte de 60%-regel toepasbaar voor investeringen die niet van fundamentele aard zijn, zoals achterstallig onderhoud en verouderde voorzieningen. Het Hof vond de oppervlaktematen gehanteerd door de heffingsambtenaar aannemelijk en verwierp de door belanghebbende gebruikte taxatiemethode vanwege arbitraire elementen en fouten.
Het Hof concludeerde dat de heffingsambtenaar voldoende bewijs had geleverd dat de WOZ-waarden niet te hoog waren vastgesteld, met uitzondering van enkele woningen waarvoor de rechtbank lagere waarden had vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met toepassing van de 60%-regel.