ECLI:NL:GHAMS:2014:270
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woonhuis op duingrond in hoger beroep
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning op duingrond, die door de heffingsambtenaar voor 2011 was vastgesteld op € 685.000 en na bezwaar verlaagd tot € 581.000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hoger beroep richt zich op de vraag of de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport en verkoopgegevens van vergelijkbare woningen rond de waardepeildatum 1 januari 2010. Belanghebbende voerde aan dat de woningen niet vergelijkbaar zijn vanwege verschillen in onderhoud en voorzieningen, en dat de grondwaarde onvoldoende was aangepast voor de ligging op duingrond.
De rechtbank en het Hof oordeelden dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met de verschillen in onderhoud, voorzieningen en ligging. De taxateur had een lagere kubieke meterprijs voor de woning gehanteerd en een grondstaffel met afnemende waarden toegepast. De verkoopprijzen van referentiewoningen werden kritisch beoordeeld, waarbij alleen goed vergelijkbare woningen werden meegenomen.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding om de WOZ-waarde verder te verlagen. De kosten werden niet aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van € 581.000 wordt bevestigd.