Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
grief 1faalt.
grief 2en
grief 3evenmin slagen.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen appellant en pensioenfonds [X] over de verevening van het prepensioen in het kader van een echtscheiding. Appellant stelde dat [X] tekortgeschoten was in haar mededelingsplicht door hem onvolledig te informeren over de verevening van het tijdelijke ouderdomspensioen, wat leidde tot financiële schade.
De feiten zijn onbetwist: het echtscheidingsconvenant bepaalde pensioenverevening conform de standaardregeling van de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding. Appellant had het pensioenfonds geïnformeerd via het vereveningsformulier en kreeg een brief met informatie over het ouderdomspensioen, maar zonder expliciete vermelding over het tijdelijke ouderdomspensioen.
De kantonrechter wees de vordering af omdat appellant onvoldoende onderzoek had gedaan naar het tijdelijke ouderdomspensioen, terwijl het pensioenfonds niet aansprakelijk kon worden gesteld voor de onjuiste veronderstelling van appellant. Het hof bevestigt dit oordeel, wijst de grieven af en bekrachtigt het vonnis, waarbij appellant in de proceskosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.