ECLI:NL:GHAMS:2014:3024
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens schending consultatierecht minderjarige verdachte
De minderjarige verdachte werd op 6 maart 2014 aangehouden op verdenking van bezit van cocaïne. Na een eerste verhoor en heenzending in aanwezigheid van zijn pleegouders, werd hij opnieuw geconfronteerd met bevindingen van de politie in een situatie die feitelijk een nieuw verhoor betrof. Tijdens dit gesprek was geen advocaat aanwezig en kreeg de verdachte geen gelegenheid om vooraf met een advocaat te overleggen.
De raadsvrouw stelde primair niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens ernstige vormverzuimen en subsidiair bewijsuitsluiting voor. Het hof oordeelde dat de verbalisante een nieuwe verhoorsituatie had gecreëerd zonder het consultatierecht te respecteren, wat een grove schending van de procesorde inhoudt.
Daarmee is het recht op een eerlijke behandeling van de minderjarige verdachte ernstig geschonden. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. Het subsidiaire verweer behoefde geen bespreking meer.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens grove schending van het consultatierecht van de minderjarige verdachte.