Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde sub 1] en
[geïntimeerde sub 2],
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak stond centraal of de Vereniging van Eigenaars (VvE) bevoegd is om een lid toestemming te geven voor het gebruik van een gemeenschappelijke ruimte, in dit geval het dak boven de bergingen, als dakterras. De appellant had toestemming gekregen om houten vlonders te plaatsen op het dak, wat tot geschil leidde met andere leden van de VvE die dit gebruik betwistten.
De kantonrechter had het besluit van de VvE vernietigd omdat het in strijd zou zijn met de splitsingsakte en het splitsingsreglement, en omdat het gebruik als dakterras niet was toegestaan. Het hof oordeelde echter dat de VvE wel bevoegd is om dergelijke toestemming te verlenen en in te trekken, op grond van de artikelen 5:126 en 5:128 BW en de bepalingen in het splitsingsreglement.
Het hof benadrukte dat de toestemming niet permanent is en dat het gebruik als dakterras geen afbreuk doet aan de hoofdbestemming van het dak als gemeenschappelijk gedeelte. Ook werd geoordeeld dat het plaatsen van vlonders geen onredelijke intensivering van het gebruik oplevert en dat er geen concrete aanwijzingen waren voor overlast of juridische risico's.
De beschikking van de kantonrechter werd vernietigd, het verzoek van de geïntimeerden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vernietiging van het besluit van de VvE af en bevestigt de bevoegdheid van de VvE om toestemming te geven voor het gebruik van het gemeenschappelijke dak als dakterras.