Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
5.Kosten
6.Beslissing
€ 238, en
bij de rechtbank) en € 118 (hoger beroep bij het Hof), in totaal € 159 te vergoeden.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €1.087.000 en na bezwaar verlaagd naar €1.066.000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwistte belanghebbende onder meer de inhoudsberekening van de woning vanwege een niet-toegankelijke loze ruimte en de staat van onderhoud.
Het Hof stelde vast dat de heffingsambtenaar niet aannemelijk had gemaakt dat de loze ruimte van circa 48 m³ voldoende was meegenomen in de waardering. Ook achtte het Hof de onderhoudstoestand van de woning slechter dan door de heffingsambtenaar verondersteld. Daarnaast was een van de vergelijkingsobjecten niet zonder meer vergelijkbaar vanwege verschil in uitstraling.
Het taxatierapport van belanghebbende maakte de lagere waarde van €840.000 niet aannemelijk wegens gebrek aan inzicht in verschillen met referentiewoningen. Het Hof stelde daarom de waarde schattenderwijs vast, rekening houdend met de loze ruimte en achterstallig onderhoud, en verlaagde de WOZ-waarde met circa €84.000 tot €982.000. De uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar werden vernietigd en de heffingsambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd tot €982.000 en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.