ECLI:NL:GHAMS:2014:3217
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S.F. Schütz
- J.C. Toorman
- J.E. Molenaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake huurovereenkomst korte duur en niet-ontvankelijkheid
Appellante huurde van 1 september 2012 tot 1 september 2013 een onzelfstandige woonruimte van geïntimeerde. De huurcommissie had de huurprijs verlaagd wegens onredelijkheid. De kantonrechter oordeelde dat sprake was van een huurovereenkomst van korte duur, waardoor appellant niet ontvankelijk was bij de huurcommissie. Tevens werd geïntimeerde veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigde bemiddelingskosten.
Appellante kwam in hoger beroep tegen dit vonnis en stelde dat de kantonrechter onterecht het appelverbod van artikel 7:262 lid 2 BW Pro had toegepast. Geïntimeerde vorderde in een incident dat appellant niet-ontvankelijk werd verklaard in het hoger beroep wegens het appelverbod en de appelgrens van € 1.750,-.
Het hof oordeelde dat appellant ontvankelijk is in hoger beroep omdat zij heeft gesteld dat de kantonrechter buiten het toepassingsbereik van de relevante artikelen is getreden. De vraag of het appelverbod doorbroken wordt, zal in de hoofdzaak worden beoordeeld. Ook werd geoordeeld dat de appelgrens niet is overschreden omdat de vordering in conventie van onbepaalde waarde is en moet worden meegeteld.
Het incident tot niet-ontvankelijkheid werd afgewezen en de beslissing over proceskosten aangehouden tot het eindarrest. De hoofdzaak werd verwezen naar de rol voor memorie van antwoord van geïntimeerde.
Uitkomst: Het hof verklaart appellant ontvankelijk in hoger beroep en wijst het incident tot niet-ontvankelijkheid af.