Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen, een man en een vrouw, zijn uit elkaar gegaan in 2007 en hebben drie gezamenlijke kinderen. De man heeft een onderneming en een hypotheekschuld die hij aflost, terwijl de vrouw een lager inkomen heeft en de kinderen verzorgt.
De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking die hem verplichtte kinderalimentatie te betalen, stellende dat partijen een afspraak hadden dat hij geen alimentatie hoefde te betalen zolang hij de gezamenlijke schulden aflost. De vrouw stelde dat deze afspraak slechts vijf jaar gold en dat de man sindsdien alimentatie verschuldigd is.
Het hof oordeelde dat de afspraak mogelijk wijzigbaar is en dat de financiële situatie van de man is verbeterd na afloop van de rentevaste periode van de hypotheek. De draagkracht van de man werd berekend op basis van het gemiddelde resultaat van zijn onderneming over 2012 en 2013, rekening houdend met lasten en verzekeringen.
De zorgkorting werd vastgesteld op 15%, maar gezien het tekort aan draagkracht werd deze niet toegepast. De man werd veroordeeld tot betaling van €103 per kind per maand vanaf 3 april 2013. Eventuele teveel betaalde bedragen hoeven niet te worden teruggevorderd.
Uitkomst: De man moet vanaf 3 april 2013 een kinderalimentatie van €103 per kind per maand betalen.