ECLI:NL:GHAMS:2014:3328
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep terugverwezen wegens niet op de hoogte stellen raadsvrouw van zitting eerste aanleg
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 705 microgram per liter, hoger dan de toegestane 220 microgram. Tijdens de behandeling in hoger beroep bracht de huidige raadsvrouw naar voren dat haar voorganger in eerste aanleg niet op de hoogte was gesteld van de zittingsdatum. Hierdoor was zij niet aanwezig bij de zitting, net als de verdachte zelf, die ook niet persoonlijk was betekend.
Het hof constateerde dat de dagvaarding niet op de juiste wijze aan de raadsvrouw was betekend en dat het voorschrift van artikel 51, tweede volzin, Wetboek van Strafvordering niet was nageleefd. De politierechter had daardoor niet mogen overgaan tot inhoudelijke behandeling en verstekvonnis.
Gezien het ontbreken van correcte oproeping en het ontbreken van aanwezigheid van een kernprocesdeelnemer oordeelde het hof dat het vonnis vernietigd moest worden. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Noord-Holland voor een nieuwe behandeling met inachtneming van dit arrest.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 1 juli 2014.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank wegens niet correcte oproeping van de raadsvrouw.