ECLI:NL:GHAMS:2014:3328

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 juli 2014
Publicatiedatum
14 augustus 2014
Zaaknummer
23-004611-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 51 Wetboek van StrafvorderingArt. 423 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep terugverwezen wegens niet op de hoogte stellen raadsvrouw van zitting eerste aanleg

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 705 microgram per liter, hoger dan de toegestane 220 microgram. Tijdens de behandeling in hoger beroep bracht de huidige raadsvrouw naar voren dat haar voorganger in eerste aanleg niet op de hoogte was gesteld van de zittingsdatum. Hierdoor was zij niet aanwezig bij de zitting, net als de verdachte zelf, die ook niet persoonlijk was betekend.

Het hof constateerde dat de dagvaarding niet op de juiste wijze aan de raadsvrouw was betekend en dat het voorschrift van artikel 51, tweede volzin, Wetboek van Strafvordering niet was nageleefd. De politierechter had daardoor niet mogen overgaan tot inhoudelijke behandeling en verstekvonnis.

Gezien het ontbreken van correcte oproeping en het ontbreken van aanwezigheid van een kernprocesdeelnemer oordeelde het hof dat het vonnis vernietigd moest worden. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Noord-Holland voor een nieuwe behandeling met inachtneming van dit arrest.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 1 juli 2014.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank wegens niet correcte oproeping van de raadsvrouw.

Uitspraak

parketnummer: 23-004611-13
datum uitspraak: 1 juli 2014
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 juli 2013 in de strafzaak onder parketnummer 96-000129-13 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 juli 2014.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij:
op of omstreeks 23 december 2012 te Haarlem als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 705 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven.
Het hof overweegt daartoe het volgende.
De huidige raadsvrouw van de verdachte heeft onder de aandacht gebracht dat haar voormalig kantoorgenoot mr. I. Timmermans, raadsvrouw van de verdachte in eerste aanleg, niet op de hoogte is gesteld van de dag van de terechtzitting in eerste aanleg. Doordat aan haar geen afschrift van de dagvaarding is verstrekt, was zij niet bekend met dag en uur van de terechtzitting en is zij op die terechtzitting niet verschenen. De verdachte is eveneens niet verschenen en de dagvaarding was hem, blijkens de akte van uitreiking, niet in persoon betekend. De politierechter heeft niettemin het onderzoek van de strafzaak voortgezet, gesloten en bij verstek eindvonnis gewezen.
Een en ander brengt mee dat twee procesdeelnemers niet aanwezig waren op de terechtzitting in eerste aanleg, hetgeen bij de omschreven stand van zaken volgens de raadsvrouw had moeten leiden tot de schorsing van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat, gelet op de in de jurisprudentie aan artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering toegekende reikwijdte, de zaak dient te worden teruggewezen naar de rechtbank Noord-Holland. Zij heeft het hof verzocht daartoe over te gaan.
Het hof constateert dat blijkens het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige] door de rechter-commissaris van 18 juni 2013 mr. I. Timmermans als raadsvrouw optrad voor de verdachte. Dit wordt eveneens ondersteund door de appelschriftuur die zij heeft ingediend met daarin onder meer de grief dat zowel de verdachte als zij niet op de juiste wijze zijn opgeroepen voor de terechtzitting in eerste aanleg. Voorts constateert het hof aan de hand van de akte van uitreiking dat de dagvaarding niet in persoon aan de verdachte is betekend.
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting van de politierechter van 15 juli 2013 blijkt dat de behandeling buiten tegenwoordigheid van de verdachte en diens raadsvrouw heeft plaatsgevonden.
Het hof stelt vast dat zich in het dossier geen afschrift van een oproeping van de raadsvrouw voor de terechtzitting in eerste aanleg bevindt. Derhalve moet het ervoor worden gehouden dat de afschriftverstrekking van de dagvaarding aan de zich in eerste aanleg gesteld hebbende raadsvrouw niet, althans niet op de juiste wijze is geschied. Hieruit vloeit voort dat het voorschrift vermeld in artikel 51, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, niet is nageleefd.
Het hof oordeelt dat de politierechter aan de behandeling ten gronde niet had mogen toekomen, omdat de raadsvrouw als een van de personen die een kernrol vervullen bij het onderzoek ter terechtzitting aldaar niet is verschenen, terwijl zij niet op de bij de wet voorgeschreven wijze op de hoogte is gebracht van de dag van de terechtzitting en zich evenmin een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat die dag haar tevoren bekend was. Bij die stand van zaken zal het hof – overeenkomstig vaste jurisprudentie – het vonnis vernietigen en de zaak terugwijzen naar de politierechter in de rechtbank Noord-Holland, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Holland, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. P.F.E. Geerlings, in tegenwoordigheid van mr. M. Helmers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 juli 2014.
De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.