Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.Beoordeling
(ii) Bij de aanvraag van deze lening is door [A] een op 8 maart 2012 gedateerde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd overgelegd, gesloten tussen haar als werkneemster en “Juristenpraktijk [X] ), gevestigd te (...) [adres], ten deze (...) vertegenwoordigd door [B] (...) in de functie van directeur afdeling juridische zaken van [X] (handelend onder de handelsnaam: Juristenpraktijk [X]”) als werkgever. De arbeidsovereenkomst vermeldt dat [A] voor de bepaalde tijd van 2 april 2012 tot 1 april 2013 in dienst treedt in de functie van jurist in opleiding tegen een brutosalaris van € 2.500,= per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.