Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klagers hebben een klacht ingediend tegen een notaris met betrekking tot vermeende fouten bij de splitsing en kadastrale nummering van hun perceel en de afhandeling van hypotheekakten. De klacht werd door de kamer voor het notariaat niet ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke vervaltermijn van drie jaar zoals bepaald in artikel 99 lid 15 van Pro de Wet op het notarisambt (Wna).
Het hof sluit zich aan bij deze beoordeling en oordeelt dat de vervaltermijn begint te lopen op het moment dat klagers kennis namen van het handelen of nalaten van de notaris, wat in dit geval al in 2009 was. De stelling van klagers dat zij pas in 2011 ontdekten dat de toegangsweg was 'weggegeven' wordt onvoldoende aannemelijk geacht. Tevens kan de notaris niet aansprakelijk worden gesteld voor handelingen van zijn voorganger, de oud-notaris.
De klacht is daarom te laat ingediend en de notaris kan niet tuchtrechtelijk worden aangesproken voor de aangevoerde punten. Het hof bevestigt de bestreden beslissing en verklaart de klacht niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hof verklaart de klacht tegen de notaris niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de vervaltermijn.