ECLI:NL:GHAMS:2014:3931
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aanslag waterschapsbelasting en weigering conclusie van repliek
Belanghebbende was eigenaar van een onroerende zaak binnen het gebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en ontving aanslagen zuiveringsheffing en watersysteemheffing voor 2010. Na bezwaar werd de kwijtscheldingsbeschikking vernietigd en de aanslagen gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
In hoger beroep betoogde belanghebbende onder meer dat de aanslagen te laat waren opgelegd, dat de rechtbank ten onrechte zijn verzoek tot conclusie van repliek had afgewezen en dat het door hem ingediende nadere stuk niet tot de gedingstukken was gerekend. Ook stelde hij dat sprake was van overschrijding van de redelijke termijn en verzocht hij om vergoeding van immateriële schade.
Het Hof oordeelde dat de aanslagen tijdig waren opgelegd binnen de wettelijke termijn van drie jaar en dat het beroep op het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten faalde. De rechtbank was niet verplicht om een conclusie van repliek toe te staan, en het ingediende nadere stuk was wel degelijk tot de gedingstukken gerekend. Het Hof was niet bevoegd te oordelen over de kwijtscheldingsbeschikking en sloot zich aan bij het oordeel dat geen kostenvergoeding toekomt. Verzoek om immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding werd afgewezen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.