Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster diende een klacht in tegen de notaris vanwege het nalaten van adequaat onderzoek naar haar wilsbekwaamheid bij het opstellen en ondertekenen van een testament en notariële volmacht. De kamer voor het notariaat had de klacht ongegrond verklaard, maar het hof vernietigde deze beslissing.
Het hof stelde vast dat klaagster, die sinds 2012 in een zorgcentrum verblijft na een herseninfarct en rolstoelgebonden is, onder begeleiding van een levensgezel het testament en de volmachten tekende. De notaris had contact met een huisarts en een psychologisch testrapport ingezien, maar had onvoldoende open vragen gesteld aan klaagster om haar wil te toetsen, en had geen gesprekken in haar vertrouwde omgeving zonder belangenbehartiger gevoerd.
Het hof oordeelde dat de notaris het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid niet volledig had gevolgd en onvoldoende had vastgesteld of klaagster begreep wat zij tekende. Daarom werd het klachtonderdeel over het onderzoek naar wilsbekwaamheid gegrond verklaard. De overige klachten, waaronder valsheid in geschrifte en onrechtmatige kosten, werden ongegrond verklaard.
Het hof legde de notaris een berisping op vanwege het niet naleven van zijn taak om zorgvuldig te beoordelen of een cliënt in staat is een rechtens relevante wil te vormen. De eerdere beslissing van de kamer werd vernietigd en vervangen door dit oordeel.
Uitkomst: De notaris wordt berispt wegens onvoldoende onderzoek naar de wilsbekwaamheid van klaagster bij het opmaken van testament en volmacht.