ECLI:NL:GHAMS:2014:4092
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar aanslag successierechten
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag recht van successie die op 15 september 2009 was opgelegd. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat het bezwaar toch ontvankelijk moest worden verklaard omdat het eerste bezwaar binnen de termijn was ingediend en dat hij de aanslag pas buiten de termijn had ontvangen. Het Hof oordeelde dat deze stellingen niet aannemelijk waren gemaakt en dat de nieuwe stelling over ontvangst buiten de termijn als tardief moest worden aangemerkt. Hierdoor kon de inspecteur hier niet adequaat op reageren en was het niet in overeenstemming met een goede procesorde om deze stelling alsnog toe te laten.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werden geen kosten aan de procedure verbonden en er werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van het arrest.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.