ECLI:NL:GHAMS:2014:4113
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettelijk voorschrift voor bevel politie bij demonstratie
De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter waarin verdachte was ontslagen van alle rechtsvervolging wegens het niet opvolgen van een bevel tijdens een demonstratie in Amsterdam op 12 december 2009.
Het openbaar ministerie had tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld, waarna het gerechtshof in 2011 het vonnis vernietigde en opnieuw recht deed. Verdachte stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die in februari 2014 het arrest van het hof vernietigde en de zaak terug verwees naar het gerechtshof Amsterdam.
Bij de nieuwe behandeling van het hoger beroep heeft het hof geoordeeld dat het wettelijk voorschrift ontbrak dat de politieambtenaar bevoegd maakte het bevel te geven. Artikel 2.2 lid 3 van de APV Amsterdam bepaalde niet uitdrukkelijk dat de betrokken brigadier bevoegd was tot het doen van een vordering of bevel. Hierdoor ontbrak het vereiste wettelijk voorschrift voor het ten laste gelegde feit.
Het hof sprak de verdachte daarom vrij van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde, omdat niet wettig en overtuigend was bewezen dat sprake was van een geldig bevel krachtens wettelijk voorschrift. Het vonnis van het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht met deze vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat het bevel van de politie niet krachtens wettelijk voorschrift was gegeven.