Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Het oordeel van de rechtbank
.Feiten of omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar doen maken zijn evenwel gesteld noch gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2011 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die zij betwistte middels bezwaar. De inspecteur handhaafde de aanslag, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift niet binnen de zes weken durende beroepstermijn was ingediend.
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde aan dat zij haar beroepschrift tijdig op 11 april 2013 had verstuurd, vóór het einde van de termijn op 16 april 2013. Het hof oordeelde echter dat niet aannemelijk was gemaakt dat het beroepschrift vóór het einde van de beroepstermijn ter post was bezorgd, mede gelet op het poststempel van 17 april 2013.
Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding. Er waren geen omstandigheden gesteld die deze overschrijding verschoonbaar maakten. Een inhoudelijke beoordeling van de aanslag kon daardoor niet plaatsvinden. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 18 september 2014.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.