Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.de vennootschap onder firma A.F.A.B. VERZEKERINGEN V.O.F.,
[geintimeerde sub 2],
[geintimeerde sub 3],
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak stond de aansprakelijkheid van een assurantietussenpersoon centraal, die niet heeft gecontroleerd of de verzekeraar de benodigde informatie had ontvangen om tot uitkering over te gaan, noch of de schaderekening was goedgekeurd. Hierdoor ontstond vertraging in de uitbetaling van de schadevergoeding aan de opdrachtgever.
Het hof stelde vast dat de tussenpersoon tekort was geschoten in zijn zorgplicht door niet actief de belangen van de verzekeringnemer te behartigen en onvoldoende te verifiëren of de verzekeraar de schade volledig had geaccordeerd. De tussenpersoon kon zich niet beroepen op de stelling dat een contra-expert deze taken had overgenomen, omdat dit onvoldoende was onderbouwd.
De schade als gevolg van de vertraging werd toegerekend aan de tussenpersoon, maar het hof hield ook rekening met eigen schuld van de opdrachtgever, die zijn administratie niet tijdig op orde had gebracht. Op grond van artikel 6:101 BW Pro werd de schadevergoedingsverplichting verdeeld in 65% voor de tussenpersoon en 35% voor de opdrachtgever.
De schade werd vastgesteld op de wettelijke rente over de periode vanaf 1 januari 2004, omdat het niet aannemelijk was dat de verzekeraar de uitkering direct na het schadegeval zou hebben gedaan. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde de tussenpersoon tot betaling van €4.137,76 vermeerderd met wettelijke rente en kosten.
Uitkomst: AFAB c.s. is aansprakelijk voor 65% van de schade door vertraging in uitkering en veroordeeld tot betaling van €4.137,76 plus rente en kosten.