Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
L’EAU B.V.
Gerechtshof Amsterdam
L’eau B.V. heeft in hoger beroep aangevochten dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst met de werknemer per 1 december 2011 rechtsgeldig was. De kern van het geschil betrof de vraag of de werknemer op het moment van ontvangst van de ontslagaanvraag door het UWV op 15 augustus 2011 al arbeidsongeschikt was, waardoor een opzegverbod zou gelden.
De werknemer meldde zich op 11 augustus 2011 ziek na de mededeling van ontslag wegens bedrijfseconomische redenen. Diverse verklaringen van collega’s en een deskundigenoordeel van het UWV wezen uit dat de arbeidsongeschiktheid pas later, rond 19 september 2011, was ingetreden als gevolg van het arbeidsconflict dat ontstond tijdens de onderhandelingen over de beëindiging van het dienstverband.
Het hof concludeerde dat de werknemer onvoldoende had onderbouwd dat zij op 15 augustus 2011 al arbeidsongeschikt was en dat L’eau zich terecht kon beroepen op de uitzondering in artikel 7:670 lid 1 onder Pro b BW. De eerdere uitspraak van de kantonrechter werd vernietigd en het ontslag werd als rechtsgeldig bevestigd. Tevens werd de werknemer veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigd ontvangen salaris en in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag per 1 december 2011 is rechtsgeldig omdat de werknemer op het moment van ontvangst ontslagaanvraag niet arbeidsongeschikt was.