ECLI:NL:GHAMS:2014:4385
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van smaad wegens ontbreken kennelijk doel tot ruchtbaarheid
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor smaad wegens het versturen van een e-mail waarin hij stelde dat het slachtoffer was veroordeeld en in proeftijd zat. Het hof vernietigde het vonnis in hoger beroep en deed opnieuw recht. Na cassatie door de Hoge Raad werd de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Tijdens de terechtzitting heeft het hof vastgesteld dat de verdachte de e-mail op aanraden van een leidinggevende naar een algemeen e-mailadres van het kinderdagverblijf heeft gestuurd, waarvan hij dacht dat slechts twee medewerkers dit gebruikten. Er waren geen aanwijzingen dat het e-mailadres door een bredere groep werd gebruikt, waardoor niet kon worden aangenomen dat de e-mail aan een bredere kring van derden werd bekendgemaakt.
Het hof oordeelde dat het kennelijke doel om aan de inhoud van de e-mail ruchtbaarheid te geven ontbrak, waardoor niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat de verdachte smaad heeft gepleegd. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van smaad wegens ontbreken van het kennelijke doel tot ruchtbaarheid.