Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[Z], belanghebbende,
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
,gebouwd in 1925, op een perceel van 2495 m2, voorzien van dakkapellen, een garage en een schuur.
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
- i) de in het taxatierapport van de heffingsambtenaar opgevoerde vergelijkingsobjecten, die alle (ook wat betreft effectief woonoppervlak) aanzienlijk groter zijn, een betere uitstraling hebben en in betere staat van onderhoud verkeren, verschillen zozeer van de woning dat zij niet tot uitgangspunt kunnen worden genomen voor de waardebepaling van de woning.
- ii) In het geval het Hof van oordeel is dat de in het taxatierapport vermelde objecten wel voldoende vergelijkbaar zijn met de woning, heeft de heffingsambtenaar onvoldoende inzichtelijk gemaakt op welke wijze hij rekening heeft gehouden met de aanzienlijke verschillen tussen deze vergelijkingsobjecten en de woning.
- iii) Op het taxatieverslag dat door de heffingsambtenaar in de bezwaarfase is gebruikt ter onderbouwing van de vastgestelde waarde, is voor de woning een onjuiste inhoud in aanmerking genomen (750 m³). In het in de beroepsfase overgelegde taxatierapport is de in aanmerking genomen inhoud gecorrigeerd tot 600 m³, zonder dat deze correctie heeft geleid tot een aanpassing van de vastgestelde waarde. Dit is onbegrijpelijk.
- iv) Er is onvoldoende rekening gehouden met de verschillen in grootte, ligging en gebruiksmogelijkheden tussen de grondpercelen van de vergelijkingsobjecten en het grondperceel van de woning. De woning heeft de status van gemeentelijk monument, waardoor deze niet gesloopt mag worden. Dit heeft een waardedrukkend effect op de onder en in de directe nabijheid gelegen grond van de woning ten opzichte van de grondpercelen van de vergelijkingsobjecten, waarvoor de mogelijkheid bestaat tot het realiseren van een nieuwbouwwoning met een groter bouwvolume (minimaal 1000 m³). Ook het restgedeelte van de kavel (perceel [2222], groot 690 m²), is te hoog gewaardeerd. Het betreft een aan de weg gelegen bosperceel met een kapverbod waarop volgens het bestemmingsplan niet gebouwd mag worden, en met een erfdienstbaarheid (recht van overpad) ten behoeve van de achter dit perceel gelegen woning [a-straat ] [3], welke erfdienstbaarheid ongeveer een kwart van dit perceel betreft. Gelet op deze aspecten zou de in het taxatierapport vermelde waarde van € 100 per m² voor een perceeloppervlakte van 1.495 m² zijn te billijken, maar dit zou dan hebben moeten leiden tot een totaalwaarde voor dit gedeelte van € 149.500, terwijl blijkens het taxatierapport aan dit deel een waarde is toegekend van € 373.750, welke waarde veel te hoog is.
5.Kosten
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;
- vermindert de vastgestelde waarde van de onroerende zaak [a-straat 1]tot € 1.350.000;
- vermindert de aanslag OZB voor het jaar 2012 ter zake van de onroerende zaak [a-straat 1]tot een berekend naar een waarde van € 1.350.000;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.461; en
- gelast de heffingsambtenaar aan belanghebbende het betaalde griffierecht ad € 42 (beroep bij de rechtbank) en € 122 (hoger beroep bij het Hof), in totaal € 164, te vergoeden.