ECLI:NL:GHAMS:2014:4593
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging doorhaling onrechtmatige inschrijving echtscheidingsbeschikking in registers burgerlijke stand
De vrouw en de man waren gehuwd in 2006 en zijn bij beschikking van 25 juli 2012 gescheiden. De man stelde hoger beroep in tegen zowel de echtscheidingsbeschikking als de vastgestelde levensonderhoudsuitkering. De vrouw verzocht de ambtenaar van de burgerlijke stand de echtscheidingsbeschikking in te schrijven, wat op 2 november 2012 gebeurde, ondanks het lopende hoger beroep.
Het hof oordeelt dat de inschrijving op 2 november 2012 onrechtmatig was omdat de echtscheidingsbeschikking nog niet onherroepelijk was. De griffiersverklaring en het verzoek van de man om medewerking aan inschrijving konden dit niet veranderen. Ook het financiële belang van de vrouw bij een eerdere inschrijving weegt niet op tegen het ontbreken van onherroepelijkheid.
De vrouw verzocht subsidiair om inschrijving per 25 december 2013, de datum waarop de echtscheidingsbeslissing feitelijk onherroepelijk werd. Het hof stelt dat inschrijving pas kan plaatsvinden nadat de ambtenaar ondubbelzinnig heeft vastgesteld dat de beslissing onherroepelijk is, wat pas op 4 april 2014 met een bevestiging van de Hoge Raad het geval was. Het hof wijst ook dit verzoek af en bekrachtigt de doorhaling van de eerdere inschrijving.
Uitkomst: Het hof bevestigt de doorhaling van de onrechtmatige inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 2 november 2012 en wijst het hoger beroep van de vrouw af.