Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[…],
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep over de vaststelling van een onderhoudsbijdrage door de man aan zijn twee kinderen, een minderjarige en een meerderjarige. De man en vrouw zijn gescheiden sinds 2001 en de kinderen verblijven bij de vrouw. De man is hertrouwd en onderhoudt ook verplichtingen jegens stiefkinderen.
De rechtbank had een bijdrage van €119 per kind vastgesteld vanaf 26 juni 2012, maar het hof vernietigde deze beschikking en stelde een lagere bijdrage vast. Het hof hanteerde als ingangsdatum 26 juni 2012, de datum van het verzoekschrift, en berekende de behoefte van de kinderen op basis van het netto besteedbare gezinsinkomen in 2001, het jaar van ontbinding van het huwelijk.
De man betoogde dat de behoefte van het meerderjarige kind was komen te vervallen, maar het hof wees dit af op grond van de wettelijke bepalingen omtrent levensonderhoud en studie tot 21 jaar. De draagkracht van de man en vrouw werd vastgesteld aan de hand van hun inkomens in 2012 en 2013, waarbij rekening werd gehouden met woonlasten, toeslagen en schulden.
Uiteindelijk bepaalde het hof dat de man een bijdrage van €87 per kind per maand moest betalen vanaf 26 juni 2012 tot 1 januari 2013 en €105 per kind per maand vanaf 1 januari 2013. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige werd afgewezen.
Uitkomst: De man moet een onderhoudsbijdrage van €87 per kind per maand betalen vanaf 26 juni 2012 en €105 per kind per maand vanaf 1 januari 2013.