Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
mr. R.J. van Velzente Alkmaar.
Gerechtshof Amsterdam
Appellanten hadden een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar werden aanvankelijk niet toegelaten vanwege een te hoge CJIB-schuld en onduidelijkheden over hun belastingschuld. Het hof stelde hen in de gelegenheid om de CJIB-schuld te verlagen tot onder de € 500 en nadere informatie te verstrekken over de belastingschuld.
Appellanten voldeden aan deze voorwaarden door het overleggen van diverse stukken, waaronder een brief van een deurwaarderskantoor waaruit bleek dat de CJIB-schuld was teruggebracht tot € 495, en verklaringen van de boekhouder met betrekking tot de belastingschuld. Uit de stukken bleek dat de belastingschuld aanzienlijk was afgenomen van ruim € 119.000 naar ongeveer € 21.600, mede dankzij aflossingen en een procedure tegen een concurrent.
Het hof oordeelde dat appellanten voldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij geen verwijt treft omtrent het ontstaan en het onbetaald laten van de belastingschuld. Daarom stond niets meer in de weg voor hun toelating tot de schuldsaneringsregeling. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek alsnog toe, waarna de zaak werd verwezen naar de rechtbank voor verdere afhandeling.
Uitkomst: Appellanten worden alsnog toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling na verlaging van de CJIB-schuld en voldoende informatie over de belastingschuld.