Uitspraak
mr. Q.A.L.M. Gijsberste Amsterdam,
mr. J.D. Udingte Amsterdam.
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
grieven I en IIopkomt tegen hetgeen de kantonrechter daarbij onder 5 en 6 heeft vermeld, zal het hof dit hierna, bij de beoordeling van het hoger beroep, voor zover daarvoor van belang, in zijn overwegingen betrekken.