ECLI:NL:GHAMS:2014:4826
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar binnenhavengeld pleziervaart 2013
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam stuurde in februari 2013 een brief aan belanghebbende over het binnenhavengeld pleziervaart voor 2013, waarin het te betalen bedrag en de gewijzigde tarieven werden vermeld. Belanghebbende diende op 27 maart 2013 een bezwaarschrift in tegen deze brief, stellende dat het bedrag te hoog was. De betaling van het binnenhavengeld vond plaats op 17 mei 2013 via voldoening op aangifte.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief van februari 2013 geen besluit was en het bezwaarschrift niet gericht was tegen het formele besluit dat pas na betaling tot stand kwam. Het Hof bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat het bezwaarschrift prematuur was omdat het werd ingediend vóór het formele besluit. Belanghebbende had bezwaar kunnen maken tegen de eigen voldoening op aangifte, maar deed dit te vroeg.
Het Hof wijst ook het argument van belanghebbende af dat hij geen andere mogelijkheid had dan bezwaar te maken tegen de brief, aangezien de wetgeving voorziet in bezwaar tegen de voldoening op aangifte. Het telefoongesprek met Waternet waarin geen informatie over bezwaar werd gegeven, verandert hier niets aan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaarschrift is niet-ontvankelijk omdat het te vroeg is ingediend.