ECLI:NL:GHAMS:2014:4892
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- L.A.J. Dun
- S.F. Schütz
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis over kennelijk onredelijk ontslag wegens slechte financiële positie werkgever
Appellante was sinds 1 november 1976 in dienst bij geïntimeerde, een sportschool die in 2010 en 2011 aanzienlijke verliezen leed. Geïntimeerde vroeg en verkreeg van het UWV toestemming om de arbeidsovereenkomst van appellante te beëindigen wegens een reorganisatie en personeelsreductie.
Appellante stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat er vacatures waren waarvoor zij in aanmerking kwam en omdat geïntimeerde het UWV onvolledig had geïnformeerd over de financiële situatie. Zij vorderde een schadevergoeding en pensioenschadevergoeding.
Het hof oordeelde dat de feiten zoals vastgesteld door de kantonrechter niet in geschil waren en dat geïntimeerde het UWV niet onjuist had geïnformeerd. Ook was de financiële situatie van geïntimeerde zwaar, wat het ontslag rechtvaardigde. De grieven van appellante faalden, waaronder haar stelling dat andere werknemers wel een vergoeding kregen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, wees de vorderingen van appellante af en veroordeelde haar in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is en wijst de vorderingen van appellante af.