Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, een sportvereniging die haar leden de voetbalsport laat beoefenen en tevens een kantine exploiteert, verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over de jaren 2008, 2009 en 2010. De inspecteur verklaarde deze verzoeken niet-ontvankelijk omdat de aangiften te laat werden ingediend, ondanks dat belanghebbende pas in 2011 aangifte deed en verzocht om als belastingplichtige te worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat de kantineopbrengsten boven de vrijstellingsgrens lagen en dat belanghebbende daarom belastingplichtig was. De aangiften moesten tijdig worden ingediend, wat niet gebeurde. Het beroep op het vertrouwensbeginsel, gebaseerd op een gesprek met een medewerker van de Belastingtelefoon, werd verworpen omdat dit geen bindende toezeggingen zijn.
In hoger beroep bevestigde het hof deze uitspraken. Het hof stelde dat de aangiften pas op 10 mei 2011 door de inspecteur waren ontvangen, te laat volgens de ontvangsttheorie. Ook een verlenging van de termijn was niet redelijk. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde eveneens. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verzoeken om teruggaaf van omzetbelasting zijn terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.