ECLI:NL:GHAMS:2014:4903
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Incident inzake inzage en afgifte van bescheiden in renteswapgeschil tussen cliënt en ING Bank
In deze civiele procedure tussen [appellant] en ING Bank staat een geschil centraal over een renteswapovereenkomst met een hoofdsom van €10.000.000 en looptijd tot 1 mei 2015. [Appellant] wenste de renteswap per 1 juli 2012 te beëindigen, nadat de onderliggende leningen op 1 november 2012 waren beëindigd. De vorderingen van [appellant] betreffen onder meer vernietiging van de renteswapovereenkomst en terugbetaling van betaalde bedragen, gebaseerd op stellingen dat ING onjuist en onvolledig heeft voorgelicht, onrechtmatig heeft geadviseerd en haar bijzondere zorgplicht heeft geschonden.
In het incident verzoekt [appellant] op grond van artikel 843a Rv inzage en afgifte van diverse interne stukken van ING, waaronder documenten over kredietverlening, communicatie met [appellant], informatie over marges en beleid rond het afdekken van renterisico. ING verzet zich tegen dit verzoek en vordert afwijzing met kostenveroordeling.
Het hof overweegt dat gezien de complexiteit en het belang van de zaak het incident en de hoofdzaak gezamenlijk moeten worden behandeld. Het verwijst het incident naar de rol van 9 december 2014 voor beraad en houdt iedere verdere beslissing aan. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 25 november 2014.
Uitkomst: Het incident wordt verwezen naar de rol voor beraad en verdere beslissing wordt aangehouden.