ECLI:NL:GHAMS:2014:506
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere WOZ-waarde door Hof Amsterdam bij regeling betaling nieuwbouwwoning
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een appartement in [P] voor het jaar 2011 vast op €344.000, gebaseerd op de koopsom volgens de koop-/aannemingsovereenkomst en de waardepeildatum 1 januari 2010. Belanghebbende betwistte deze waarde omdat een bijzondere betalingsregeling geldt waarbij slechts 75% van de koopsom direct betaald wordt en de resterende 25% pas bij vervreemding, afhankelijk van de marktwaarde.
De rechtbank oordeelde dat de in het kadaster opgenomen koopsom niet gelijkgesteld kan worden aan de economische waarde van de woning vanwege deze regeling en verlaagde de WOZ-waarde naar €319.000. Het hof bevestigde dit oordeel en wees erop dat de heffingsambtenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de kadastrale koopsommen overeenkomen met de werkelijke marktwaarde, mede omdat vergelijkbare verkopen waarschijnlijk ook onder deze regeling vielen.
Het hof verwees naar eerdere jurisprudentie die een dergelijke regeling als relevante factor bij waardebepaling erkent. De verklaring van een koper die een contante korting kreeg, ondersteunde het oordeel dat de waarde lager ligt dan de koopsom. De heffingsambtenaar slaagde er niet in het tegendeel te bewijzen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de heffingsambtenaar wordt ongegrond verklaard en de lagere WOZ-waarde van €319.000 bevestigd.