ECLI:NL:GHAMS:2014:5114

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 december 2014
Publicatiedatum
4 december 2014
Zaaknummer
200.146.583-01 NOT
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 99 WnaArt. 107 lid 1 Wna
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen beslissing kamer notariaat over klacht tegen notaris

Klager diende een klacht in bij de kamer voor het notariaat tegen een notaris. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer verklaarde de klacht niet-ontvankelijk. Klager stelde hiertegen verzet in bij de kamer, die dit verzet ongegrond verklaarde. Klager ging vervolgens in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.

Het hof stelde vast dat op grond van artikel 99 van Pro de Wet op het notarisambt (Wna) geen rechtsmiddel, zoals hoger beroep, openstaat tegen de beslissing van de kamer dat het verzet ongegrond is. Ondanks de argumenten van klager doorbrak het hof dit wettelijke verbod niet.

De zaak werd behandeld tijdens een openbare zitting waarop klager en de notaris niet verschenen, hoewel zij waren opgeroepen. Het hof nam kennis van de stukken en concludeerde dat klager niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep.

Hierdoor werd het hoger beroep afgewezen en bleef de beslissing van de kamer ongewijzigd. De uitspraak werd gedaan door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2014.

Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer notariaat.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.146.583/01 NOT
nummer eerste aanleg : AL/2013/212
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 16 december 2014
inzake
[klager],
wonend te [plaatsnaam], gemeente [gemeente],
appellant,
tegen
[notaris],
notaris te [plaatsnaam],
geïntimeerde.

1.Het geding in hoger beroep

1.1.
Appellant (hierna: klager) heeft op 23 april 2014 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 9 april 2014. Bij genoemde beslissing heeft de kamer het verzet van klager tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van 22 januari 2014 ongegrond verklaard.
1.2.
Geïntimeerde (hierna: de notaris) heeft geen verweerschrift bij het hof ingediend.
1.3.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 16 oktober 2014. Zowel klager als de notaris zijn - hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen - zonder bericht van verhindering niet verschenen.

2.De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3.Ontvankelijkheid

3.1.
Klager heeft bij brief van 11 december 2013 bij de kamer een klacht ingediend tegen de notaris. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 22 januari 2014 klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Tegen die beslissing heeft klager tijdig verzet ingesteld bij de kamer. Na onderzoek van de klacht heeft de kamer bij beslissing van 9 april 2014 het verzet ongegrond verklaard.
3.2.
In het algemeen staat - op grond van het bepaalde in artikel 107 lid 1 van Pro de Wet op het notarisambt (Wna) - tegen een beslissing van de kamer op een klacht het rechtsmiddel van hoger beroep bij dit hof open. Artikel 99 Wna Pro bepaalt echter in de leden 5, 9 en 13 - verkort weergegeven en voor zover hier van belang - dat (i) de voorzitter van de kamer klachten die naar zijn oordeel kennelijk niet-ontvankelijk, dan wel kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht zijn, kan afwijzen, (ii) tegen een dergelijke beslissing van de voorzitter verzet kan worden gedaan bij de kamer en (iii) tegen de beslissing van de kamer dat het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond is, geen rechtsmiddel openstaat.
3.3.
Uit artikel 99 Wna Pro volgt dat er geen rechtsmiddel, zoals hoger beroep, tegen de bestreden beslissing kan worden ingesteld. Wat klager daarover heeft aangevoerd, rechtvaardigt niet dat het hof het wettelijke rechtsmiddelenverbod doorbreekt. Dit brengt mee dat klager in zijn hoger beroep niet kan worden ontvangen.
3.4.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

4.Beslissing

Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Deze beslissing is gegeven door mrs. W.J.J. Los, A.H.N. Stollenwerck en B.J.M. Gehlen en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2014 door de rolraadsheer.