ECLI:NL:GHAMS:2014:5165
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.L.D. Akkaya
- G.C. Makkink
- E.J. Rotshuizen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing toelating wettelijke schuldsaneringsregeling voor echtgenoten
Appellanten, een echtpaar, waren in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van hun verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling door de rechtbank Amsterdam. De problemen ontstonden nadat appellant sub 1 in juni 2010 zijn fulltime baan verloor en sindsdien een lager inkomen had, waardoor zij hun schulden niet meer konden aflossen. De schuld aan het CJIB was inmiddels volledig voldaan.
Het hof oordeelt dat appellanten te goeder trouw zijn geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Daarnaast stelt het hof vast dat de rechtbank ten onrechte de verzoeken van de echtgenoten niet individueel heeft beoordeeld. De enkele omstandigheid dat zij in gemeenschap van goederen zijn getrouwd, betekent niet automatisch dat afwijzing van het verzoek van de ene echtgenoot ook geldt voor de andere.
Gezien deze omstandigheden vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en verklaart alsnog de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing op appellanten. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Amsterdam voor verdere afhandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en verklaart de wettelijke schuldsaneringsregeling alsnog van toepassing op appellanten.