Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
nietwillen deelnemen, met alle gevolgen van dien.
Gerechtshof Amsterdam
Appellant was tot 4 november 2004 verplicht deelnemer aan de pensioenregelingen van Bpf Bouw en werd daarna dga, waardoor hij niet meer verplicht deelnam. Bpf Bouw stuurde in maart 2006 een brief met het aanbod tot vrijwillige deelname aan de ouderdomspensioenregeling en aanvullende regelingen, met een reactietermijn tot 1 mei 2006. Appellant ontving deze brief niet en reageerde pas in 2008, waarna zijn verzoek werd afgewezen.
De kantonrechter wees de vorderingen van appellant af, stellende dat Bpf Bouw niet verplicht was het aanbod te doen en dat zij geen onzorgvuldig handelen had gepleegd. Het hof oordeelde anders: de zorgplicht uit artikel 17 PSW Pro verplicht pensioenfondsen deelnemers schriftelijk te informeren over belangrijke wijzigingen. Het eenmalig versturen van de brief voldeed niet aan deze zorgplicht, zeker niet omdat appellant niet kon worden geacht op de hoogte te zijn van het aanbod.
Het hof stelde vast dat Bpf Bouw onvoldoende bewijs leverde dat de brief was ontvangen en dat appellant door het wegvallen van de regelingen een groot nadeel had. Het hof verklaarde Bpf Bouw onrechtmatig jegens appellant en veroordeelde haar tot schadevergoeding, betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd.
Uitkomst: Bpf Bouw heeft onrechtmatig gehandeld door onvoldoende kennisgeving van het aanbod tot vrijwillige deelname, waardoor appellant recht heeft op schadevergoeding en kostenvergoeding.