Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
Onze dienstverlening aan openbare apotheken organiseren wij vanuit drie bedrijfsonderdelen. De groothandel vanuit [geïntimeerde], onze logistieke services zoals central filling en baxtering vanuit [Bedrijf] en de overige diensten vanuit Pluriplus.” Ook uit de mededelingen die namens [geïntimeerde] bij gelegenheid van de pleidooien in hoger beroep zijn gedaan, volgt dat [geïntimeerde] de geneesmiddelen die zij als groothandel levert, factureert en dat baxtering en central filling als afzonderlijke diensten worden geleverd en gefactureerd door [Bedrijf]. Het voorgaande leidt tot de constatering dat baxtering en central filling niet kunnen worden beschouwd als activiteiten van [geïntimeerde]. Zij vallen ook niet als verwante activiteiten in de zin van het concurrentiebeding aan te merken omdat [geïntimeerde] deze niet zelf verricht. Dat [appellante] in het kader van de uitoefening van haar functie bij [geïntimeerde] gaandeweg mede tot taak heeft gekregen baxtering en central filling ten behoeve van een tot de [geïntimeerde] Groep B.V. behorende onderneming bij klanten te introduceren doet daaraan niet af.