Uitspraak
1.[appellant sub 1],
[appellant sub 2],
mr. N. de Voste Amsterdam,
mr. D. de Vrieste Amsterdam.
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
grief 1richt [appellant] zich tegen de overweging van de kantonrechter dat – kort samengevat – [appellant] geen aanspraken kan ontlenen aan de onder 3.1.8 bedoelde Kaderafspraken. Volgens [appellant] kan hij wel degelijk aanspraak maken op de daarin vervatte materiële afspraken. De destijds geldende minimale verhuiskostenvergoeding van € 5.350,-- bij renovatie op grond van artikel 11g van het Besluit beheer sociale-huursector komt immers overeen met de in de Kaderafspraken sub 2.2 genoemde ‘eenmalige tegemoetkoming’, aldus [appellant].