ECLI:NL:GHAMS:2014:5463

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 december 2014
Publicatiedatum
19 december 2014
Zaaknummer
200.139.037/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging onderzoek en onmiddellijke voorziening inzake AAA Auto Group N.V. na minnelijke regeling

De Ondernemingskamer Amsterdam heeft op 18 december 2014 besloten het eerder bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van AAA Auto Group N.V. te beëindigen. Dit onderzoek was op 8 april 2014 bevolen vanwege vermoedens omtrent transacties met de meerderheidsaandeelhouder en gelieerde partijen. Tevens werd een niet-uitvoerend bestuurder met beslissende stem benoemd als onmiddellijke voorziening.

In de loop van het geding hebben partijen een minnelijke regeling getroffen die de koop en levering van aandelen in AAA omvat. Deze regeling werd door de meeste betrokken partijen ondersteund, en er werden geen bezwaren tegen beëindiging van het onderzoek en opheffing van de voorziening ontvangen.

De Ondernemingskamer heeft daarom het verzoek tot beëindiging van het onderzoek en de onmiddellijke voorziening ingewilligd en verklaard dat deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad is. Hiermee komt een einde aan het geding betreffende het beleid van AAA Auto Group N.V. vanaf de datum van de beschikking.

Uitkomst: Het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorziening worden beëindigd vanwege een minnelijke regeling tussen partijen.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.139.037/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 18 december 2014
inzake

1.[verzoeker 1],

wonende te [....],
2.
[verzoeker 2],
wonende te [....],
VERZOEKERS,
advocaten: voorheen
mrs. J.L. van der Schriecken
V.J.M. de Kruif, kantoorhoudende te Amsterdam, thans
mr. M.N. Stoop,kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de naamloze vennootschap
AAA AUTO GROUP N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaten: voorheen
mrs. S.J.H.M. Berendsen, A.J. Koken
M.R.C. van Zoest, kantoorhoudende te Amsterdam, thans
mr. R. van Agteren, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de vennootschap naar vreemd recht
AUTOMOTIVE INDUSTRIES S.A.R.L.,
gevestigd te Luxemburg, Luxemburg,

2.[belanghebbende 2],

wonende te [....],
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: voorheen
mrs. M.W.E. Eversen
A. van der Kruk,kantoorhoudende te Amsterdam, thans
mr. M.N. Stoop,kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
3.
[belanghebbende 3],wonende te [....],
4.
[belanghebbende 4], wonende te [....],
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. J. van Bekkum,kantoorhoudende te Amsterdam,
5.
[belanghebbende 5], wonende te [....],
voor zich en in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van in de hierna onder 1.4 genoemde lijst opgesomde houders van aandelen in verweerster,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: voorheen
mr. J. van Bekkum,kantoorhoudende te Amsterdam, thans
mr. M.N. Stoop, kantoorhoudende te Amsterdam,
6. de vennootschap naar vreemd recht
DAVENA INTERNATIONAL A.S.,
gevestigd te [....],
BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. M.N. Stoop, kantoorhoudende te Amsterdam.

1.Het verloop van het geding

1.1
In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:
  • verzoeker sub 1 en verzoeker sub 2 tezamen met [verzoekers sub 1 en 2 c.s.],
  • verweerster met AAA,
  • belanghebbende sub 1 met Automotive Industries;
  • belanghebbenden sub 1 en sub 2 tezamen met de Meerderheidsaandeelhouder,
  • belanghebbenden sub 3 en 4 met [belanghebbenden sub 3 en 4], en
  • belanghebbende sub 6 met Davena.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 8 april en 10 april 2014 in deze zaak.
1.3
Bij de beschikking van 8 april 2014 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van AAA over de periode vanaf 1 juli 2012, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede - bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding - een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon tot niet-uitvoerend bestuurder van AAA benoemd met beslissende stem bij besluiten betreffende transacties met de Meerderheidsaandeelhouder of (een) aan deze gelieerde partij(en), voor zover die transacties niet behoren tot de normale bedrijfsvoering van AAA. Bij de beschikking van 10 april 2014 heeft de Ondernemingskamer
prof. mr. S.M. Bartman (hierna Bartman) te Amsterdam als onderzoeker en drs. R.J. Meuter (hierna Meuter) als niet-uitvoerend bestuurder aangewezen.
1.4
Bij op 3 december 2014 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift heeft mr. Stoop namens [verzoekers sub 1 en 2 c.s.], de Meerderheidsaandeelhouder, Davena, [belanghebbende 5] en de door [belanghebbende 5] vertegenwoordigde personen als vermeld in productie 3 bij voormeld verzoekschrift (hierna [belanghebbende sub 5 c.s.]) laten weten dat een aantal van partijen een minnelijke regeling heeft gesloten welke strekt tot koop en levering van de door Automotive Industries, [verzoekers sub 1 en 2 c.s.] en [belanghebbende sub 5 c.s.] in AAA gehouden aandelen aan Davena, en heeft hij de Ondernemingskamer verzocht – zakelijk weergegeven – om het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van AAA en de getroffen onmiddellijke voorziening te beëindigen, kosten rechtens. In dit verband merkt mr. Stoop tevens op dat [belanghebbenden sub 3 en 4] op 1 oktober 2014 schriftelijk hebben bevestigd dat zij (onder meer) verlangen dat de onderhavige enquête wordt beëindigd en dat zij voormeld verzoek ondersteunen.
1.5
Bij brief van 16 oktober 2014 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer aan (de advocaten van) partijen, met kopie aan Meuter en Bartman, voormeld verzoek van mr. Stoop toegezonden en hen in de gelegenheid gesteld uiterlijk op 17 december 2014 te 17.00 uur eventuele bezwaren tegen toewijzing van het verzoek kenbaar te maken.
1.6
Van de (advocaten van) partijen heeft de Ondernemingskamer niets vernomen.

2.De gronden van de beslissing

Nu partijen (in feite) een minnelijke regeling hebben getroffen, er geen bezwaren zijn ontvangen tegen beëindiging van het onderzoek en opheffing van de getroffen onmiddellijke voorzieningen en de Ondernemingskamer ook voorts niet is gebleken van enig belang dat zich daartegen verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen aldus dat zij het bij de beschikking van 8 april 2014 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorziening zal beëindigen, één en ander met ingang van heden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 8 april 2014 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van AAA Auto Group N.V., gevestigd te Amsterdam;
beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 8 april 2014 getroffen
onmiddellijke voorziening;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. J. den Boer en mr. A.C. Faber, raadsheren, en H. de Munnik en drs. P.G. Boumeester, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 18 december 2014.