Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.de naamloze vennootschap
1.Het geding in hoger beroep
2.De uitgebrachte deskundigenrapporten
3.De verdere beoordeling
grieven 1 en 2falen. Het hof volhardt bij hetgeen dienaangaande is overwogen en beslist.
grieven 3, 7 en 8, welke grieven - zo stelde het hof vast - berusten op een verkeerde lezing van het tussenvonnis. Uit de in dit arrest ten aanzien van de bewijslast gegeven overwegingen moet ook worden geconcludeerd dat de
grieven 6 en 9geen doel treffen. De laatstgenoemde grief komt immers ten onrechte op tegen de overweging van de rechtbank in het eindvonnis dat, doordat het strafdossier inmiddels in het geding was gebracht, achteraf de reden voor de tegenbewijslevering door Twice-O was komen te vervallen maar dat die ontwikkeling voor de waardering van het bijgebrachte bewijs niet van belang was. Die overweging gaat uit van een juiste bewijswaardering en wordt dus tevergeefs bestreden.
overige grievenhebben alle betrekking op het door de rechtbank gegeven bewijsoordeel en de daaruit voortvloeiende afwijzing van de vorderingen van Twice-O. De kern wordt gevormd door
grief 10,waarin Twice-O opkomt tegen het oordeel van de rechtbank in het eindvonnis dat de verzekeraars geslaagd zijn in hun bewijs dat [E] de brand heeft gesticht. Mede in het licht van hetgeen in hoger beroep als gevolg van de deskundigenberichten aan (nieuw) bewijs is bijgebracht, lenen de grieven zich voor gezamenlijke bespreking.
in het midden van het linker gedeelte van de werkvloerpositief reageerde en bleef reageren. Uit de resten van deze baal kleding is een viertal monsters genomen (nrs 2189.KU.001 t/m 004). Tijdens de monstername zijn delen van de kleding afgescheurd en zijn twee monsters (eveneens) aan de onderzoekers ter beschikking gesteld (de monsters 1. en 2., “door vuur aangetaste restanten van kleding”, 30 mei 2001).
links achterin de bedrijfshal van het pand,naar aanleiding van een door de brandhond(en) duidelijk gegeven signaal, uit de betonnen vloer een brandmonster genomen (2189.KU.005) , waarvan ook een monster aan de onderzoekers van de verzekeraars ter beschikking is gesteld ( monster 3, “ delen van een betonnen vloer”, 31 mei 2001);