ECLI:NL:GHAMS:2014:5672
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.A. Goslings
- R.J.F. Thiessen
- S.F. Schütz
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering werknemer met WGA-uitkering tegen werkgever
De werknemer, die een WGA-uitkering ontvangt, vorderde loonbetaling van zijn werkgever Strogoff Fresh Food B.V. over de periode juni 2012 tot april 2013, waarin hij werkzaamheden verrichtte ondanks arbeidsongeschiktheid. De kantonrechter kende loon toe tegen een uurloon van €12,81 en matigde de wettelijke verhoging tot 10%.
In hoger beroep stelde de werknemer dat het loon hoger moest zijn, namelijk €19,35 per uur inclusief toeslagen, en dat de wettelijke verhoging niet gematigd mocht worden. De werkgever betwistte het aantal gewerkte uren en de hoogte van het loon.
Het hof oordeelde dat de urenstaten van de werknemer voldoende betrouwbaar waren en dat het loon conform de toepasselijke cao moest worden vastgesteld op €12,81 per uur. De door de werknemer gevorderde toeslag op het loon werd afgewezen, evenals de stelling dat de gewijzigde functie de bedongen arbeid was geworden. De wettelijke verhoging werd door het hof verhoogd naar 20% vanwege de loonschuld van de werkgever.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter voor zover het de wettelijke verhoging matigde tot 10% en veroordeelde de werkgever tot betaling van de verhoging van 20%. Verder werden de proceskosten verdeeld waarbij de werknemer in het principaal appel en de werkgever in het incidenteel appel werden veroordeeld.
Uitkomst: Het hof verhoogt de wettelijke verhoging op achterstallig loon tot 20% en bekrachtigt het overige vonnis.