Uitspraak
mr. E.W.K. Bosmante Haarlem.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak stond de vraag centraal of appellant recht had op de schone lei binnen zijn schuldsaneringsregeling, mede gezien de noodzakelijke kosten die hij maakte vanwege zijn handicap. Het hof stelde appellant in de gelegenheid aanvullende medische verklaringen en bewijsstukken over te leggen ter onderbouwing van zijn kosten.
Appellant overhandigde verklaringen van een anesthesioloog en een revalidatiearts, die bevestigden dat het gebruik van cannabis als pijnbestrijding en de noodzaak van een inpandige parkeerplaats verband hielden met zijn handicap. Tevens werd een nota van een coffeeshop overgelegd die de kosten van cannabisgebruik aantoonde.
Op basis van deze stukken oordeelde het hof dat de gemaakte kosten van ten minste € 7.042,45 daadwerkelijk noodzakelijk waren en direct samenhingen met de handicap van appellant. Deze kosten hadden geleid tot teruggaven van inkomstenbelasting over de jaren 2011, 2012 en gedeeltelijk 2013, die daarom mochten worden gebruikt voor de voldoening van de schuld aan het UWV en verder ten behoeve van de crediteuren.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis, stelde vast dat appellant niet tekortgeschoten was in de nakoming van zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling, en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere afdoening met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en kent appellant de schone lei toe wegens noodzakelijke handicapkosten.