Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
3.Het geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2001 gehuwd en hebben drie kinderen. Het huwelijk is in 2014 ontbonden. De man exploiteert een eenmanszaak en heeft een wisselend inkomen. De rechtbank had een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen en een uitkering tot levensonderhoud van de vrouw vastgesteld.
In hoger beroep betwistte de man de draagkrachtberekening en stelde de vrouw incidenteel hoger beroep in voor verhoging van de alimentatie. Het hof heeft het netto besteedbaar inkomen van de man vastgesteld op basis van het gemiddelde van de winst uit onderneming over meerdere jaren, rekening houdend met schulden en woonlasten.
Het hof concludeerde dat de man onvoldoende draagkracht heeft voor volledige kosten van de kinderen, maar wel voor een bijdrage. De partneralimentatie werd afgewezen wegens onvoldoende draagkracht. De alimentatiebedragen zijn aangepast met verschillende ingangsdata en rekening houdend met zorgkorting en toekomstige wijzigingen in fiscale regelgeving.
Uitkomst: De man moet een aangepaste bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen betalen; het verzoek tot partneralimentatie wordt afgewezen.