Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben een minderjarige dochter met hoofdverblijfplaats bij de vrouw. De man is onder de schuldsaneringsregeling WSNP geplaatst vanaf 16 juni 2011. De rechtbank had toen de kinderalimentatie voor de duur van de WSNP op nihil gesteld. De vrouw betwistte dit en vorderde een bijdrage vanaf verschillende data.
Het hof overwoog dat de alimentatierechter gebonden is aan de vaststelling van het vrij te laten bedrag (VTLB) door de rechter-commissaris en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken. Het hof stelde de alimentatie vast op €138,33 per maand van 16 juni 2011 tot 1 juli 2012 en nihil vanaf 1 juli 2012 tot het einde van de WSNP.
Na afloop van de WSNP is tussen partijen overeenstemming bereikt over een bijdrage van €151,- per maand vanaf 1 september 2014. Het hof vernietigde de bestreden beschikking en stelde de alimentatie conform deze afspraken vast, verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees overige verzoeken af.
Uitkomst: De onderhoudsbijdrage is vastgesteld op €138,33 per maand tot 1 juli 2012, nihil daarna tot einde WSNP, en €151,- per maand vanaf 1 september 2014.