ECLI:NL:GHAMS:2014:6061
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijfplaats en omgangsregeling kinderen na relatiebreuk
Partijen zijn in hoger beroep verdeeld over de hoofdverblijfplaats van twee van hun drie kinderen en de omgangsregeling. De vader verzoekt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem te bepalen vanwege vermeende problematiek bij de moeder, waaronder overmatig alcohol- en marihuanagebruik, en vraagt om een beschermingsonderzoek.
De moeder ontkent deze beschuldigingen en wijst op een positief rapport van de Raad voor de Kinderbescherming en succesvolle afronding van een opvoedcursus. De Raad adviseert de hoofdverblijfplaats bij de moeder te handhaven vanwege stabiliteit en continuïteit, mede omdat de vader geen vaste woon- of verblijfplaats heeft.
Het hof oordeelt dat de moeder in staat is een veilige en stabiele opvoedingssituatie te bieden en dat de vader onvoldoende bewijs heeft geleverd voor zijn stellingen. Het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats en het beschermingsonderzoek wordt afgewezen. De omgangsregeling wordt gehandhaafd in het belang van de kinderen, die baat hebben bij continuïteit en het onderhouden van de band met beide ouders.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de twee kinderen blijft bij de moeder en de omgangsregeling met de vader wordt gehandhaafd.