ECLI:NL:GHAMS:2014:6073
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- M.M.A. Gerritzen - Gunst
- P.J.W.M. Sliepenbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervangende toestemming erkenning minderjarige wegens belangenafweging
De zaak betreft een verzoek van de man om vervangende toestemming tot erkenning van zijn minderjarige kind, [kind A], die geboren is uit een eerdere relatie met de moeder. De moeder is inmiddels gehuwd met een ander, die [kind A] heeft erkend, en vormt met hem en hun gezamenlijke dochter een gezin. De man heeft zijn verzoek tot erkenning ingediend nadat hij lange tijd geen interesse in het kind had getoond.
De rechtbank had aanvankelijk vervangende toestemming verleend, maar de moeder ging in hoger beroep en verzocht het verzoek alsnog af te wijzen. De bijzonder curator handhaafde haar standpunt dat erkenning in het belang van het kind is vanwege duidelijkheid over afstamming. De man verscheen niet in hoger beroep en voerde geen verweer.
Het hof overwoog dat het belang van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind en het belang van het kind bij een stabiele opvoedsituatie en evenwichtige sociaal-psychische ontwikkeling zwaarder wegen dan het belang van de man bij erkenning. De onvoorspelbare en niet-duurzame houding van de man veroorzaakt spanningen en onzekerheid die schadelijk zijn voor het kind.
Daarom wees het hof het verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning af. Tevens werd vastgesteld dat de erkenning door de stiefvader rechtsgeldig is, omdat de voorwaardelijke toestemming van de moeder nu is vervallen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het verzoek van de man afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning af vanwege het zwaarder wegen van de belangen van moeder en kind.