ECLI:NL:GHAMS:2014:6111
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.F.G.H. Beckers
- M.M.A. Gerritzen - Gunst
- M. Perfors
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en omgangsregeling bij langdurige ouderlijke strijd
Partijen zijn in 2000 gehuwd en hebben twee kinderen. Na ontbinding van het huwelijk oefenden zij gezamenlijk gezag uit, maar de rechtbank beëindigde dit en kende het gezag toe aan de moeder. Tevens werd het omgangsrecht van de vader ontzegd. De kinderen verblijven bij de moeder en zijn sinds 2011 onder toezicht gesteld vanwege de ouderlijke conflicten.
De vader ging in hoger beroep tegen het eenhoofdig gezag en het ontzeggen van omgang. Hij stelde dat communicatie met begeleiding mogelijk was en dat hij zich passief wilde opstellen. De moeder en Raad voor de Kinderbescherming stelden dat de kinderen ernstig klem en verloren zijn geraakt tussen de ouders, met name door de moeizame communicatie en conflicten die de ontwikkeling van de kinderen bedreigen.
Het hof oordeelde dat het gezamenlijk gezag terecht is beëindigd en aan de moeder is toegekend, omdat geen verbetering binnen afzienbare tijd te verwachten is. De omgangsontzegging werd echter vernietigd omdat contact van belang is voor de kinderen, mits dit op een veilige en onbelaste wijze kan plaatsvinden. De omgang zal plaatsvinden onder begeleiding van de gezinsmanager zodra dit in het belang van de kinderen is.
Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid werd afgewezen wegens gebrek aan belang. Het hof bepaalde dat de omgangsregeling wordt geschorst en pas wordt hervat volgens aanwijzingen van de gezinsmanager, waarbij medewerking van beide ouders vereist is.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag aan de moeder en vernietigt de omgangsontzegging, waarbij omgang onder toezicht van de gezinsmanager wordt hervat.