ECLI:NL:GHAMS:2014:6134
Gerechtshof Amsterdam
- Tussenbeschikking
- A. van Haeringen
- R.G. Kemmers
- P.J.W.M. Sliepenbeek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie bij betwisting duurzame samenwoning
Partijen zijn in 1987 gehuwd en in 2005 gescheiden waarbij de man partneralimentatie aan de vrouw betaalde. De man stelt dat de vrouw sinds november 2009 samenwoont met een derde als waren zij gehuwd, waardoor de alimentatieplicht zou eindigen. De vrouw betwist dit en stelt slechts een kamer te huren met betaling van huur.
Het hof overweegt dat voor het vervallen van alimentatie op grond van artikel 1:160 BW Pro sprake moet zijn van een duurzame affectieve relatie met wederzijdse verzorging en een gezamenlijke huishouding. De vrouw heeft een huurovereenkomst en kwitanties overgelegd, maar het hof acht deze onvoldoende bewijs voor daadwerkelijke huurbetalingen en duurzame samenwoning.
Het hof wijst op de ingrijpende gevolgen van artikel 1:160 BW Pro en geeft de vrouw de mogelijkheid om binnen vier weken nadere financiële stukken te overleggen ter onderbouwing van haar verweer. De man krijgt vervolgens gelegenheid te reageren waarna het hof zal beslissen. De zaak wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en verzoekt nadere bewijsstukken over te leggen ter onderbouwing van het verweer van de vrouw.