Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
de Staat, de Minister van Veiligheid en Justitie te Den Haag, door tussenkomst van de Raad voor de Rechtspraak, de Minister,
de inspecteur van de Belastingdienst Holland-Noord/kantoor Alkmaar,de inspecteur.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende verzocht om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn bij de behandeling van navorderingsaanslagen vermogensbelasting over de jaren 1991-1994. De procedure omvatte een langdurige bezwaar- en beroepsfase, mede door de complexiteit van het Rekeningenproject en diverse proceshandelingen van partijen.
De inspecteur stelde dat de behandelingsduur binnen redelijke termijn viel en voerde eigen schuld en gevaarzetting aan als uitsluitingsgrond voor vergoeding. Belanghebbende betwistte dit en verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad die stelt dat overschrijding van de redelijke termijn leidt tot vergoeding ongeacht eigen schuld.
Het Hof stelde vast dat de bezwaarfase met bijna een maand en de beroepsfase met ruim vier jaar de redelijke termijn overschreden. Gelet op de complexiteit en procesverloop achtte het Hof een redelijke termijn van anderhalf jaar voor bezwaar en drie jaar voor beroep passend. Het Hof kende een vergoeding toe van €4.500, waarvan €500 aan de inspecteur en €4.000 aan de Minister van Veiligheid en Justitie. Tevens werden proceskosten van €243,50 verdeeld over beide partijen toegewezen.
Het Hof verwierp het verweer van eigen schuld en gevaarzetting als grond voor uitsluiting van vergoeding, omdat het rechtszekerheidsbeginsel centraal staat bij de beoordeling van redelijke termijn. De schadevergoeding werd éénmalig toegekend, niet per aanslag, vanwege gelijktijdige behandeling en samenhang van de zaken.
De uitspraak bevestigt dat langdurige belastingprocedures onder omstandigheden aanleiding kunnen geven tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van redelijke termijnen, waarbij complexiteit en procesverloop meewegen in de beoordeling.
Uitkomst: Het Hof kent immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar- en beroepsfase van navorderingsaanslagen vermogensbelasting.