ECLI:NL:HR:2011:BO5046
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade bij overschrijding redelijke termijn in belastinggeschil over legesheffing
Belanghebbende diende op 28 mei 2001 een aanvraag in voor een bouwvergunning bij de gemeente Tilburg, waarbij leges werden geheven op basis van een hogere bouwsom dan opgegeven. Na bezwaar en beroep werd het geschil meerdere malen behandeld, waarbij het hof het beroep van belanghebbende deels gegrond verklaarde vanwege het niet horen in de bezwaarfase.
In hoger beroep vorderde belanghebbende vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het hof oordeelde dat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing was op dit belastinggeschil. De Hoge Raad stelde echter dat het rechtszekerheidsbeginsel, dat mede aan artikel 6 EVRM Pro ten grondslag ligt, ook binnen de nationale rechtsorde geldt en dat belastinggeschillen binnen een redelijke termijn moeten worden beslecht.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling, met inachtneming van het arrest. Daarbij moet worden beoordeeld of de redelijke termijn is overschreden en of vergoeding van immateriële schade toekomt, waarbij de Staat als partij moet worden betrokken. Tevens werd de gemeente Tilburg veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling met beoordeling van overschrijding redelijke termijn en vergoeding immateriële schade.