Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[GEÏNTIMEERDE SUB 1],
[GEÏNTIMEERDE SUB 2],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure in hoger beroep tussen Brookline Enterprises Inc. en geïntimeerden heeft het hof op 18 maart 2014 een beschikking gegeven over het verzoek van Brookline tot verlenging van de termijn voor het stellen van een bankgarantie. Het hof overwoog dat Brookline tijdig om verlenging had verzocht en dat de omstandigheid dat zij gevestigd is op de Britse Maagden Eilanden en geen Nederlandse bankrekening heeft, een redelijke grond is voor de gevraagde verlenging.
Het hof constateerde dat Brookline reeds een bankgarantie had gesteld bij ABN AMRO Bank N.V. en dat geïntimeerden niet hadden betwist dat deze aan de eisen voldeed. Ook achtte het hof dat de belangen van geïntimeerden door de verlenging niet onredelijk werden geschaad. Vervolgens werd het verzoek van geïntimeerden om uitstel voor het indienen van de memorie van antwoord behandeld en werd de zaak verwezen naar de rol van 29 april 2014.
De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam en in het openbaar uitgesproken. Hiermee werd het verzoek van Brookline toegewezen en de procedure voortgezet met een nieuwe termijn voor memorie van antwoord.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de termijn voor het stellen van de bankgarantie is toegewezen en de zaak is verwezen voor memorie van antwoord.